Vogels tellen

Vogels tellen

Juist in de donkere wintermaanden fleuren vogels de tuin op, met hun acrobatische capriolen, gefladder en getjilp, of gewoon met hun mooie, kleurrijke verschijning. Lok ze naar je tuin of balkon met speciaal vogelvoer en doe mee aan landelijke vogeltelling.

De Nationale Vogeltelling en Het Grote Vogelweekend.

In het weekend van 25 tot en met 27 januari wordt in Nederland op initiatief van de Vogelbescherming de Nationale Tuinvogeltelling gehouden, en in België Het Grote Vogelweekend, een initiatief van Natuurpunt. Hoe meer mensen hieraan meedoen, hoe meer inzicht de Vogelbescherming en Natuurpunt krijgen over de stand van de verschillende soorten tuinvogels in beide landen. Zolang het vriest kun je toch niets in de tuin ondernemen, dus waarom niet met een kop thee of koffie lekker bij de verwarming rustig naar je tuin of balkon kijken om vogels te spotten? Vogels zijn ’s ochtends het meest actief, dan heb je de meeste kans op een enerverende dertig minuten tellen en noteren. Vogels die overvliegen tellen niet mee. Geef alleen het hoogste aantal door van een soort dat je tegelijkertijd hebt gezien. Dus als je eerst twee koolmezen telt en even later zitten er vijf tegelijk noteer je ‘vijf koolmezen’. Kun je het beweeglijke gefladder niet bijhouden? Maak dan een foto met je smartphone, zodat je rustig kunt natellen. Je kunt je telling doorgeven via de speciale app ‘Tuinvogels’ en via de websites www.tuinvogeltelling.nl en vogelweekend.natuurpunt.be.

Meer koolmezen, minder merels

Vorig jaar hebben 33.600 Vlamingen deelgenomen aan Het Grote Vogeltelweekend. In de top drie meest gespotte vogels werd de huismus van de troon gestoten door de koolmees. De huismus nestelde zich op plaats twee en de kauw en de vink streden om de derde plaats. In Nederland deden 65.000 mensen mee en luidde de top drie als volgt: huismus, koolmees en pimpelmees. In beide landen daalde de merel op de ranglijst, een gevolg van het voor hen dodelijke usutuvirus dat wordt overgebracht door muggen en dat al drie jaar op rij heerst.

Wat wel en wat niet voeren?

Vogels verbruiken het hele jaar veel energie. In de winter om warm te blijven, in het voorjaar om te nestelen en eieren te leggen, daarna om hun territorium te verdedigen en hun jongen groot te brengen. In het najaar moeten ze reserves opbouwen voor de winter. Je kunt vogels daarom gerust hele jaar door bijvoeren. Dat kan geen kwaad: ze zullen niet lui worden of verleren zelf hun voedsel in de natuur en in onze tuinen bij elkaar te sprokkelen, en ze waken uit zichzelf voor overgewicht. Schrap vetbollen en pinda’s van het menu als het lenteachtig begint te worden. De jongen kunnen stikken in de pinda’s en het vet van de bollen wordt snel ranzig bij oplopende temperaturen. Geef vogels nooit gezouten voer, maar ongebrande pinda’s en zonnebloempitten, speciale (zoutloze) vogelpindakaas, gedroogde maiskorrels, strooivoer en stukjes fruit. In ons tuincentrum in Roden vind je alle benodigdheden, van vetbollen met zaden en pitten tot vogelvoersilo’s en vogelpindakaashuisjes.